Buurman, wat bouwt u nu?
Door: mr. Kelhi Saleh-Rog
Na een lange werkdag zit Sofia op haar terras. Voor haar ligt de Sint Jorisbaai. Helderblauw water, een paar boten in de verte en vrij uitzicht over zee. Precies zoals je het op Curaçao wilt hebben. Het perceel voor haar woning ligt al lange tijd leeg. Tot er op een ochtend bouwmateriaal verschijnt. Niet veel later wordt er gegraven en beginnen de eerste muren omhoog te komen. Sofia volgt de werkzaamheden vanaf haar terras. Eerst uit nieuwsgierigheid, maar naarmate het bouwwerk hoger wordt, ook met enige bezorgdheid. Haar vrije uitzicht verdwijnt langzaam achter beton.
Wat wordt daar eigenlijk gebouwd? En belangrijker: mag dat allemaal? Sofia wil daarom de bouwvergunning en bouwtekeningen inzien. Maar kan dat zomaar?
Even kijken wat er vergund is
Een bouwvergunning wordt door de overheid verleend. Wie wil weten wat de overheid heeft vergund, kan een Lob-verzoek indienen op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (‘Lob’).
De gedachte achter de Lob is dat het bestuur in beginsel openheid betracht over zijn handelen. Burgers moeten kennis kunnen nemen van overheidsinformatie en zo kunnen zien hoe de overheid handelt en welke besluiten zij neemt. Die openbaarheid is niet onbeperkt: de Lob bepaalt ook wanneer bepaalde informatie niet openbaar hoeft of mag worden gemaakt.
Artikel 3 van de Lob bepaalt dat een ieder een bestuursorgaan kan verzoeken om informatie die is neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid. Volgens de Curaçaose rechtspraak moet het begrip “een ieder” ruim worden uitgelegd. Het is dus niet nodig om inwoner van Curaçao te zijn om een Lob-verzoek te kunnen doen.
Een Lob-verzoek moet wel voldoende concreet zijn. Uit het verzoek moet duidelijk blijken op welke bestuurlijke aangelegenheid of welk document het betrekking heeft. Is het verzoek onvoldoende concreet, dan kan het bestuursorgaan de verzoeker vragen het verzoek nader te specificeren.
Sofia kan bijvoorbeeld verzoeken om ‘de verleende bouwvergunning(en), inclusief de daarbij behorende bouwtekeningen, voor het perceel [nummer] te Sint Joris’. Een verzoek om zonder verdere afbakening ‘alle vergunningen van de heer Lucas van Ooievaar’ is veel ruimer en minder duidelijk. Is een verzoek onvoldoende concreet, dan mag het bestuursorgaan het echter niet zonder meer terzijde schuiven; het ligt op zijn weg de verzoeker om een nadere specificatie te vragen.
Het verzoek moet worden gericht aan de minister die de betreffende bestuurlijke aangelegenheid rechtstreeks aangaat.
Het bestuursorgaan moet vervolgens zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie weken na ontvangst op het Lob-verzoek beslissen. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste drie weken worden verlengd.
Openbaarheid betekent niet dat ieder document altijd volledig moet worden verstrekt. De Lob kent uitzonderingen. Zo kan openbaarmaking onder meer achterwege blijven wanneer de veiligheid van het Land daardoor kan worden geschaad of wanneer het gaat om vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens. Ook gelden bijzondere regels voor documenten die zijn opgesteld voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.
Een uitzonderingsgrond betekent bovendien niet zonder meer dat een document in zijn geheel buiten de openbaarheid blijft. Het bestuursorgaan moet beoordelen welke informatie wel en niet openbaar kan worden gemaakt. Waar dat mogelijk is, kan beschermde informatie worden weggelakt en kan het overige deel van het document wel openbaar worden gemaakt.
Het bestuursorgaan heeft daarnaast een zoekplicht. Het moet zorgvuldig nagaan welke documenten die onder het Lob-verzoek vallen bij het bestuursorgaan aanwezig zijn. Dit wordt ook wel de “zoekslag” genoemd. Het bestuursorgaan moet voldoende inzichtelijk maken hoe die zoekslag is uitgevoerd, bijvoorbeeld door aan te geven welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gebruikt en bij welke relevante personen navraag is gedaan.
Een weigering moet bovendien deugdelijk worden gemotiveerd. Het bestuursorgaan moet inzichtelijk maken welke documenten onder het verzoek vallen, welke uitzonderingsgrond wordt ingeroepen en waarom die grond aan openbaarmaking van de betreffende informatie in de weg staat. Een algemene verwijzing naar een uitzonderingsgrond is dus niet voldoende.
Beslist het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor geldende termijn, dan hoeft de verzoeker niet te blijven wachten. Tegen het uitblijven van een beslissing kan op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) worden opgekomen. Ook tegen een afwijzende beslissing op een Lob-verzoek staan bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open.
Vergund, en dan?
Met de vergunning en bouwtekeningen in handen kan Sofia nagaan wat daadwerkelijk is vergund. Blijkt dat twee verdiepingen zijn vergund, maar worden er drie gebouwd? Dan kan er aanleiding bestaan om te onderzoeken welke verdere stappen mogelijk zijn. Wordt overeenkomstig de vergunning gebouwd, dan heeft Sofia in ieder geval duidelijkheid over wat de overheid heeft vergund.
Een verleende bouwvergunning is echter niet zonder meer een vrijbrief. Ook een vergund bouwplan moet voldoen aan de toepasselijke regels, zoals de voorschriften van het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP) en een eventueel toepasselijk verkavelingsplan. Of er aanleiding is voor verdere stappen, hangt dus af van de concrete situatie.
En dan nog even Sofia’s uitzicht. Op Curaçao bestaat geen algemeen recht op behoud van een vrij uitzicht. Dat haar uitzicht door de bouw wordt beperkt, betekent op zichzelf dus niet dat zij de bouw kan tegenhouden.
Conclusie
Wie wil weten wat de buurman bouwt, hoeft niet te blijven raden. Een Lob-verzoek kan inzicht geven in wat de overheid heeft vergund en daarmee een belangrijk vertrekpunt zijn om te beoordelen of er aanleiding is voor verdere stappen.
Wat in de stukken van de overheid staat, hoeft geen raadsel te blijven. Soms is één goed Lob-verzoek genoeg om duidelijkheid te krijgen.
Photo by Simone Dinoia on Unsplash